Spreken oefenen: gratis oefenexamen (A2)

Bij Spreken geef je antwoord met je stem. Je hoort een vraag of ziet een plaatje en je spreekt je antwoord in. De opname duurt hooguit 60 seconden per vraag.

Het examen heeft vier delen met elk vier vragen. Je begint met persoonlijke vragen en eindigt met plaatjes die je moet beschrijven.

Aantal vragen
16, in 4 delen van 4
Tijd
35 minuten
Deel 1
een persoon stelt een vraag en je geeft antwoord
Deel 2
één plaatje: vertel wat je ziet of wat er gebeurt
Deel 3
twee plaatjes: kies er één en vertel waarom
Deel 4
drie plaatjes: vertel wat er gebeurt of noem drie dingen
Antwoordtijd
maximaal 60 seconden per vraag

Start het gratis oefenexamenAlle lessen

Drie voorbeeldvragen

Deze drie vragen komen uit oefenexamen 1 van tulli. Kies eerst zelf een antwoord. Klik daarna op "Bekijk het antwoord".

Vraag 1

Luister

Ik sta elke ochtend om zes uur op. Hoe laat staat u op? Vertel ook wat u dan als eerste doet.

Bekijk het antwoord

Dit hoort in een goed antwoord (in het Engels):

  • Say what time you get up (a clock time, or early or late).
  • Say what you do first after getting up.
  • A short answer with some unclear parts is still acceptable. Example: "Om half zeven. Eerst koffie." Also fine: "Ik sta niet vroeg op, ik werk niet. Ik drink eerst thee."

Voorbeeldantwoord:

Ik sta meestal om half acht op. Eerst drink ik een kop koffie, daarna ga ik onder de douche.

Vraag 2

Luister

Dit is Yara. Vertel wat over Yara. Noem drie dingen. Gebruik het plaatje.

Bekijk het antwoord

Dit hoort in een goed antwoord (in het Engels):

  • Say where Yara is (outside, by a tree, in the park).
  • Say what she does (she is walking, she goes for a walk).
  • Say who or what is with her (a dog, a pram with a baby).
  • Any three correct details count, also others you see in the picture.
  • A short answer with some unclear parts is still acceptable. Example: "De vrouw loopt met een hond en een kinderwagen. Ze is buiten."

Voorbeeldantwoord:

Yara loopt buiten, bij een boom. Ze heeft een hond en een kinderwagen met een baby.

Vraag 3

Luister

U bent jarig en wilt dat vieren. Wat doet u liever? Vertel ook waarom. Kies een van de plaatjes.

Bekijk het antwoord

Dit hoort in een goed antwoord (in het Engels):

  • Choose one picture: a party at home or a meal in a restaurant.
  • Give a reason (cheaper, cosier, more people can come, no cooking).
  • A short answer with some unclear parts is still acceptable. Example: "Het eerste plaatje. Thuis is goedkoper."

Voorbeeldantwoord:

Ik kies het eerste plaatje. Ik vier mijn feestje liever thuis, dan kunnen al mijn vrienden komen. En het is goedkoper.

Tips voor Spreken

  1. Beantwoord alle delen van de vraag. Staat er "Vertel ook waarom", dan moet je ook een reden geven.
  2. Spreek in hele zinnen, ook al zijn ze kort. Gebruik "omdat" voor een reden.
  3. Blijf niet stil. Weet je een woord niet? Zeg het op een andere manier, bijvoorbeeld "het ding waarmee je schrijft" voor "pen".
  4. Oefen hardop en neem jezelf op. Luister daarna naar je antwoord en vergelijk het met het voorbeeld.
  5. Gebruik het lijstje van tulli na elk antwoord. Het laat zien wat je vaak vergeet, zoals "waar" of "waarom".

Klaar om te oefenen?

Oefenexamen 1 is gratis, zonder account. Je ziet meteen je score en de uitleg bij elk antwoord.

Start het gratis oefenexamenAlle lessen

Oefen ook de andere onderdelen